21 okt 2017
Deel:

Kindvriendelijke zorg- en omgangsregeling

De 3 R's, wie kent ze niet. Op zoek naar 3 eigentijdse R’s, die richting kunnen geven aan het opstellen en uitvoeren van een zorg- en omgangsregeling.
 
Er was een tijd dat ik op en neer pendelde tussen mijn eigen huis en dat van mijn lief. En, hoe vertrouwd dit ook werd, elke keer weer moest ik een beetje ‘opnieuw’ beginnen, had ik tijd nodig om te wennen en me te settelen. Soms wilde ik niet na hoeven denken over welke spullen of kleding ik nodig zou kunnen hebben en mee moest nemen. Of voelde ik mij onthand omdat ik iets miste, wat ik niet had voorzien. Gaandeweg ontdekte ik dat ik - psychologisch gezien - slechts één huis als thuis kon ervaren.

Als ik deze ervaring vertaal naar kinderen die onder invloed van een zorg- of omgangsregeling structureel in twee huizen wonen, dan geeft dat te denken. Wat hebben zij nodig om zich thuis te kunnen voelen? Gifford (2007) benoemt vier aspecten die bepalen in hoeverre wij ons thuis voelen: 
  • thuis kun je je in veiligheid terugtrekken 
  • thuis ervaar je controle 
  • thuis voel je verbonden
  • thuis is eigen en uniek voor jou
Deze aspecten doen me denken aan de aloude drie R’s (Rust, Regelmaat en Reinheid), die in de vijftiger jaren richting gaven aan de verzorging van kinderen. Zo kom ik tot drie eigentijdse R’s, die richting kunnen geven aan het opstellen en uitvoeren van een zorg- en omgangsregeling:

Rust

- het aantal overgangen van het ene naar het andere huis is beperkt; 
- overgangen sluiten zo mogelijk aan bij zgn. natuurlijke overgangen (schooltijden, begin/einde weekend);
- het kind krijgt de rust en de tijd om te acclimatiseren bij de overgang van het ene naar het andere huis;
- het kind heeft een eigen plek en vertrouwde spullen in elk huis;
- het (jonge) kind wordt ondersteund bij het heen-en weer brengen van persoonlijke (school-)spullen;
- het kind hoeft zich geen zorgen te maken over de uitvoering en de spelregels van de zorgregeling;
- de afstand tussen de twee huizen is nabij of een van beider huizen vormt de uitvalsbasis voor de sociale leefwereld van het kind.

Regelmaat

- de behoefte aan regelmaat (voorspelbaarheid) is afgestemd op de leeftijd en de eigenschappen van het kind;
- dagritmes, routines, rituelen en gewoontes zijn in beider huizen op elkaar afgestemd ten behoeve van het jonge kind;
- het jonge kind vindt herkenning en houvast in de koppeling van bezigheden of personen aan bepaalde dagen van de zorgregeling;
- (omgangs-)regels worden flexibel gehanteerd indien dit aansluit bij de (sociale) ontwikkelingsbehoeften van oudere kinderen.

Relatie & respect

- bij de overdracht van het ene naar het andere huis staat het kind centraal;
- het kind kan zich vrij en positief uiten over zijn/haar leven bij de andere ouder en diens familie;
- signalen van het kind omtrent het leven bij de andere ouder worden tussen de ouders afgestemd;
- ouders ondersteunen elkaar in ieders rol ten aanzien het kind als zich problemen voordoen;
- bij het opstellen van een regeling staan de belangen van het kind in beide woonsituaties en op langere termijn (schoolloopbaan) centraal.
 
Een huis is een wezenlijke thuisbasis. Een basis waar je als kind liefst niet over na hoeft te denken. Zodat je vrij bent om je te kunnen ontwikkelen.
 
Klik hier voor meer informatie over zorgregeling of omgangsregeling, ouderlijk gezag en omgangsrecht.

Caroline Eggermont
Orthopedagoog/mediator
De Familiezaak Deventer e.o.


Delen van dit artikel kan middels de knoppen hier onder: