16 aug 2020
Deel:

Onderzoek naar co-ouderschap

In Nederland is het co-ouderschapsmodel steeds meer het ideaalbeeld geworden bij scheiding. Vanuit dit ideaalbeeld wordt door ouders in mediation vooral de gelijkwaardigheid van beide co-ouders benadrukt. Recent is bij Regioplan literatuuronderzoek gedaan naar de vraag of de belangen van kinderen en ouders na scheiding gediend worden met de invoering van een wettelijke 50/50-zorgverdeling tussen ouders.

In de onderzochte literatuur werden in eerste instantie veel voordelen voor co-ouderschap gevonden. De gerapporteerde voordelen bleken in tweede instantie echter vooral verklaard te worden door andere kenmerken van co-ouders en dus niet zozeer door de co-ouderschapsregeling op zich. Om die specifieke kenmerken van co-ouders niet mee te laten tellen is door de onderzoekers tot slot gekeken naar landen waar co-ouderschap (al dan niet wettelijk) al langer met voorrang wordt toegepast. Uit de evaluaties in Zweden, België en Australië komt naar voren dat:

  1. co-ouderschap geen oplossing is om meer communicatie en/of samenwerking tussen de ouders te bewerkstelligen en ook niet om conflicten tussen ouders te beheersen
  2. er bij co-ouderschap als voorrangsmodel te veel wordt uitgegaan van de ouders, die vijftig procent als het hoogst haalbare gaan beschouwen waarop zij ‘recht’ denken te hebben en zo mogelijk de belangen van het kind uit het oog verliezen: er kan in dat geval voorbij gegaan worden aan wat het beste is voor het kind

Dit literatuuronderzoek levert dus geen argumenten voor een conclusie dat een wettelijk uitgangspunt voor een gelijke verdeling van zorgrechten en zorgplichten wenselijk zou zijn om de belangen van kinderen en ouders bij echtscheiding te dienen. Het vaststellen van een zorg- en omgangsregeling is geen kwestie van one size fits all, maar vereist maatwerk (Hendriks, 2012; Pruett & DiFonzo, 2014).

Dit onderzoek heeft laten zien dat wat het beste is voor een kind, valt samen te vatten onder het overkoepelende idee: hoe minder conflict, hoe beter het welzijn van het kind.  Het is niet waarschijnlijk dat een (opgelegde) 50/50-verdeling verbetering brengt in communicatie en/of samenwerking tussen de ouders óf het aantal conflicten reduceert, terwijl dit nu juist een voorwaarde lijkt te zijn voor het succes van co-ouderschap. Voor de kinderen in laag-conflictueuze situaties heeft het co-ouderschap wel voordelen, maar voor deze groep zou de invoering van een wettelijk 50/50-uitgangspunt weinig verschil uitmaken: de betrokkenen in deze situatie zijn goed in staat om zelf afspraken te maken over de invulling van het ouderschap.

Caroline Eggermont
mediator De Familiezaak Deventer

Bron: Eindrapport REGIOPLAN - Auteurs Sanne Berends Laura Buimer Amsterdam, 26 juni 2020 | Publicatienr. 19164. © 2020 WODC.


Delen van dit artikel kan middels de knoppen hier onder: