29 jun 2018
Deel:

Pensioen niet van latere zorg

Bij een scheiding vraagt het hier-en-nu al je aandacht en dan lijkt je pensioen al gauw van latere zorg. De verdeling van het pensioen bij scheiding is in beginsel wettelijk geregeld via de Wet VPS (Verevening Pensioen bij Scheiding). Als mediator merk ik echter dat partners die kiezen voor scheidingsmediation minder gericht zijn op dat recht en liever uitgaan van wat zij redelijk en passend vinden in hun situatie. Daartoe krijgen zij informatie over wat er zoal mogelijk is. 

Zorgen voor later

De wettelijke regeling houdt in dat het ouderdomspensioen dat elk bij de werkgever(s) tijdens het huwelijk (of geregistreerd partnerschap) heeft opgebouwd (op papier) bij helfte (50%-50%) tussen jullie wordt verdeeld bij scheiding. Je kunt echter ook een andere (procentuele) verhouding met elkaar afspreken, bijvoorbeeld 30%-70% of een andere periode dan de duur van het huwelijk of partnerschap. Ook mag je afzien van de Wet VPS en samen besluiten jullie pensioenen helemaal niet te verdelen. De pensioenuitvoerder kan trouwens ook afzien van verdeling, namelijk als je zo weinig pensioen hebt opgebouwd dat minder dan € 467,89 bruto per jaar aan de ex-partner zou moeten worden uitbetaald. 

Eerlijk zullen wij alles delen?

Op grond hiervan zie ik cliënten in scheiding heel verschillende keuzes maken. Zo kozen Cor en David bij hun scheiding voor een procentuele verdeling die aansloot bij de werktijdfactor die Cor inleverde ten behoeve van de zorgtaken voor hun kinderen. Toen An en Ben - na een huwelijk van achttien jaar – uit elkaar gingen, vonden zij dat de 50%-50% verdeling van het pensioen van Ben van toepassing was op de acht jaar dat An geen pensioen bij een werkgever opbouwde vanwege de zorg voor hun toen jonge kinderen. Terwijl Ellen en Freek tijdens hun partnerschap allebei ongeveer evenveel pensioen opbouwden, waardoor zij ongeveer hetzelfde bedrag van elkaar zouden krijgen bij verdeling. Verevenen had voor hen weinig zin en zij zagen er dan ook van af. 

Definitief uit elkaar?

Omdat het ouderdomspensioen bij de Wet VPS verbonden blijft aan de ex-partner, vervalt dit bij diens overlijden. De andere ex-partner ontvangt dan alleen bijzonder nabestaandenpensioen als dit door het pensioenfonds op opbouwbasis werd opgebouwd. Cliënten Léo en Maria verschilden zestien jaar in leeftijd en zij kozen daarom bij hun scheiding voor splitsing (conversie) van het opgebouwde ouderdomspensioen per scheidingsdatum. Maria kreeg zo per direct een eigen aanspraak op haar deel van het door Léo opgebouwde ouderdomspensioen, onafhankelijk van zijn pensioendatum of van zijn overlijden. Mocht Maria eerder als Léo overlijden, dan wordt het door haar ontvangen deel niet terug toegevoegd aan Léo’s pensioen, want splitsing is definitief. Dit nadeel namen zij voor lief.
 

Niet van latere zorg

Formeel hoef je het pensioenfonds pas binnen twee jaar na scheiding te informeren, maar doe dit beter zo snel mogelijk: de pensioenuitvoerder hoeft namelijk pas aan de andere verdeling te voldoen na ontvangst van de mededeling daarvan. Dit geldt ook bij het uit elkaar gaan van samenwoners met pensioenafspraken in hun notarieel samenlevingscontract. In alle gevallen wordt jullie keuze vastgelegd in het scheidingsconvenant. Een kopie hiervan stuur je als bijlage mee met het mededelingsformulier aan het pensioenfonds. De pensioenuitvoerder moet immers weten wat te zijner tijd aan wie moet worden uitbetaald. Ook als je afziet van verdeling moet de pensioenuitvoerder weten wat (niet) te doen. 
 


Delen van dit artikel kan middels de knoppen hier onder: