19 okt 2020
Deel:

Sprookje in de week van de mediation

Bij een mediator in familiezaken nemen kinderen vaak een denkbeeldige plaats in aan de mediationtafel. Zo zie ik hoe (zeer) zij soms in het midden staan, tussen hun ouders in. Daarom deel in deze week van de mediation dit sprookje met u.

 

Er was eens een prinses en ze heette Sonyo. Ze was een hele lieve en grappige prinses. Ze had bolle wangen, zwart piekhaar en een klein rond neusje. Haar beste vriend was Horang, een witte tijger, die altijd bij haar was. Haar vader, de koning, woonde in het land van de bergen en haar moeder, de koningin, woonde in het land van de meren. En de prinses? Zij was de boodschapper tussen haar ouders, want dat was haar taak.

Ze rende constant tussen de landen heen en weer. Ze wist alles van de bergen en alles van de meren. Soms bromde haar vader wat in de ochtend over haar moeder. De prinses wist dan wat haar te doen stond en holde vliegensvlug naar de meren. Soms zuchtte haar moeder wat in de middag over haar vader. En daar ging de prinses, op weg naar de bergen.

Soms was Sonyo moe en dan droeg Horang haar op zijn rug. Ze dronken water uit de meren en aten knolletjes uit de bergen. Op een dag vroeg de tijger: ‘Waar wonen wij eigenlijk?’. ‘Gewoon, bij mijn vader en mijn moeder,’ zei Sonyo. ‘Maar waar wonen wij als wij onderweg zijn?’ vroeg Horang. Dat vond de prinses een stomme vraag. Ze kreeg er tranen van in haar ogen.

Op een dag fluisterde haar moeder wat over haar vader en Sonyo ging op weg. Onderweg merkte ze dat haar benen heel zwaar waren. Ze kwam bijna niet over de bergen heen. Totaal uitgeput kwam ze bij haar vader aan. Haar vader vroeg wat de boodschap was, maar Sonyo wist het niet meer. Haar wangen waren ingezakt en haar haren wilden niet meer overeind staan.

De prinses sliep zeven dagen en zeven nachten. Horang week niet van haar zijde. De achtste dag kwam haar moeder de koningin langs in het paleis van de koning. Ze vroeg zich af waar Sonyo bleef en wilde weten of er nog een boodschap was. Ze ging naar het grote bed waar de prinses sliep. Daar was de koning ook. Samen spraken zij over hun prachtige dochter. Toen Sonyo haar ogen opende, waren de koning en koningin heel blij. ‘Rust maar goed uit, lieve Sonyo’, zeiden ze. ‘Dan kun je snel weer boodschapper zijn’.

‘Nee’, zei de prinses, ‘dat doe ik niet meer’. Ik word er moe van en ik krijg er tranen van in mijn ogen. Al heel lang eigenlijk’. ‘Ah toe?’ smeekten haar ouders. ‘het hoeft alleen maar soms, alleen kleine boodschappen!’’ Maar Sonyo bleef haar bolle hoofd schudden. Horang hief zijn hoofd, gromde zacht en ging naast Sonyo liggen. De koning en koningin begrepen dat Sonyo haar keus had gemaakt.

De koningin ging weer naar de meren, maar soms kwam ze langs in het land van de bergen. De koning bleef in het land van de bergen, maar soms ging hij naar het land van de meren. De koning en koningin spraken op die momenten met elkaar. En zo hoefde de prinses nooit meer boodschapper te zijn.

 

Bron: de tekst van dit sprookje is van Ruth Willems, auteur van het boek Hulpverlening bij scheiding, 2019, uitgevereij SWP Amsterdam.
Voor een eigentijdse variant op dit thema verwijs ik ouders en kinderen graag naar de animatie NIET JOUW TAAK 
Ik wens collega's, ouders en kinderen een 'sprookjesachtige' week van de mediation,

Caroline Eggermont
mediator

De Familiezaak Deventer


Delen van dit artikel kan middels de knoppen hier onder: