17 jul 2020
Deel:

Waar hoor ik thuis?

De grootste verandering waarmee kinderen en jongeren na een scheiding te maken krijgen betreft hun woonsituatie. Als hun ouders niet meer bij elkaar in één huis wonen, heeft dit invloed op het thuisgevoel van een kind. In het onderzoeksproject Waar hoor ik thuis staat het thuisgevoel van jongeren na scheiding centraal. We weten nog te weinig over het thuisgevoel van jongeren na een scheiding, de betekenis van een scheiding voor hun ontwikkeling en van factoren die daarbij een rol spelen. Een multidisciplinair team van de Universiteit Utrecht doet hier onderzoek naar.

De behoefte om ergens bij te horen zien we al bij baby’s: zij zoeken van nature geborgenheid en bescherming bij hun ouders. Een positieve thuisomgeving, waarin kinderen zich geliefd, begrepen en ondersteund voelen, kan dan ook een beschermende factor zijn in hun ontwikkeling. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat een positief thuisgevoel van kinderen en adolescenten hen kan beschermen tegen emotionele problemen, delinquent gedrag en slechte schoolprestaties.

Maar wat als kinderen opgroeien met gescheiden ouders en in twee huizen wonen? Voor kinderen gaat een scheiding meestal samen met grote veranderingen, zoals verhuizen en soms ook minder contact met één of beide ouders. Soms betekent zo’n verhuizing ook een andere woonplaats en/of school en dus andere dagelijkse routines van naar school, vriendjes, sport en hobby’s gaan. Vroeg of laat krijgen deze kinderen en jongeren bovendien vaak te maken met nieuwe gezinsleden: nieuwe partners van ouders, stiefbroertjes en/of stiefzusjes.  

Al deze veranderingen blijken mede bepalend te zijn voor het welzijn van kinderen na een scheiding. De gedachte is nu dat deze veranderingen ook van invloed zijn op de mate waarin kinderen een ‘thuisgevoel’ hebben. ‘Het thuisgevoel’, ofwel het gevoel ergens bij te horen, is een fundamentele menselijke behoefte. Volgens wetenschappelijk onderzoek draagt deze verbondenheid met anderen bij aan het welzijn van kinderen, en aan hun ontwikkeling op langere termijn.

Hoe meer ruzie, hoe minder thuisgevoel

Jongeren uit gescheiden gezinnen ervaren over het algemeen een lager thuisgevoel dan jongeren uit niet-gescheiden gezinnen. Dit verschil is deels toe te schrijven aan de woonsituatie: wanneer jongeren meer bij een ouder zijn, voelen zij zich daar ook meer thuis. Hoe meer ouders ruzie maken, hoe minder jongeren zich thuis voelen bij hen. Wel zien we dat het thuisgevoel bij vader meer lijdt onder deze ouderlijke conflicten. Het thuisgevoel van jongeren hangt aantoonbaar samen met hun welbevinden: hoe meer zij zich thuis voelen, hoe beter het met hen gaat. Daarbij gaat het niet alleen om het thuisgevoel bij vader en moeder, ook de verbondenheid met vrienden, school en de buurt spelen een belangrijke rol.


Caroline Eggermont
mediator De Familiezaak Deventer


Delen van dit artikel kan middels de knoppen hier onder: